Zegen de Heer!






We bekijken deze keer een bijzonder onderdeel van ‘heilig leven’, namelijk het ‘zegenen van de HEER’.

Je bidt o.a. om de zegen van de Here over jouw leven. Over dingen die je gaat doen, over dingen die je gedaan hebt. Misschien ook over mensen om je heen. Of over het geld dat je weggeeft voor een goed doel. ’s Avonds voor het slapen zegen ik altijd mijn kinderen. Dan leg ik m’n hand op hun hoofd en dan bid ik ze toe dat God bij hen is (de Vader, Zijn Zoon Jezus, de Heilige Geest), zodat ze rustig kunnen slapen en veilig zijn in Gods handen.

Als je iemand zegent, dan wens je hem alle goeds toe. Op een bruiloft, verjaardag of aan het begin van het nieuwe jaar. Of als iemand gedoopt is. Of wat dan ook.

Maar weet je dat het omgekeerde ook kan? Dat je de Here zegent!? Als ik eerlijk naar mezelf kijk… dan doe ik dat wat te weinig. 
Wat zou er gebeuren als je niet meer naar je omstandigheden kijkt, naar dat wat je terneer drukt, naar je verdriet, maar als je ervoor kiest om juist dan God groot te maken!? De ouders van de omgekomen kinderen in de brand in Kampen riepen iedereen op om het rouwgewaad af te leggen en een lofgewaad aan te doen, om de HERE te loven om wie Hij is. De Bijbel zegt ergens: overwint het kwade door het goede! Dus er zijn twee manieren om heiliger te gaan leven. Het kwade afleggen, er mee stoppen; en het andere is: het goede doen! En één van die goede dingen is: de HERE lofprijzen en zingen, Hem groot maken en Zijn Naam bejubelen. Jongens en meisjes, dat is ook wat we doen als we zingen. We zingen niet zomaar omdat we het leuk vinden, maar omdat we God prijzen voor wie Hij is. En wat Hij doet.

Psalm 134, (Nieuwe Bijbelvertaling):

Een pelgrimslied.

Zegen de HEER, u allen
die de dienst van de HEER verricht
en in het huis van de HEER staat, nacht aan nacht.

Hef uw handen op naar het heiligdom
en zegen de HEER.

Moge uit Sion de HEER u zegenen,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Psalm 134 is de laatste van de 15 pelgrimspsalmen. Dat zijn Psalmen die de Israëlieten zongen op weg naar Jeruzalem om daar in de tempel feest te vieren. Psalm 134 werd bij aankomst gezongen. Je moet je voorstellen dat de Israëlieten aankomen bij de tempel en dat ze daar de dienaren in de tempel (de levieten en de priesters) toezingen. Dat zijn de verzen 1 en 2. ‘Zegen de HEER’ zingen ze hun toe. En vervolgens reageren dan de tempeldienaren met vers 3: ‘Moge de HEER u zegenen’.

En zo hebben we gelijk ook de opbouw van deze preek: eerst gaat het nu over vers 1 en 2 met als kernen de twee opdrachten: - Zegen de HEER! en - Hef uw handen op! En we staan ook speciaal stil bij dat – nacht aan nacht. En daarna gaat het over vers 3, over – de zegen van de HEER die dienaren van God de kinderen van God toewensen.

De HEER zegenen

Zegen de HEER! Dat klinkt ons wat vreemd in de oren. En we komen hier ook bij een heel nieuw betekenisaspect van zegenen. Want ik denk dat de meesten van ons er tot nu toe van hebben genoten dat we God steeds meer mogen leren kennen als een God die ons zegent, die ons in zijn aanwezigheid uitnodigt, die straalt als Hij ons ziet, die ons beschermt en ons genadig is. En misschien heb je ervan geproefd dat je door God gezegend ook tot een zegen mag zijn, de zegen mag uitdelen die we eerst zelf ontvangen hebben.

Maar nu gaat het even niet over de HEER die ons zegent, maar over wij die de HEER zegenen. Kán dat eigenlijk wel? Kunnen mensen God zegenen? Want dat is toch eigenlijk de omgekeerde wereld. God zegent óns, en wie zijn wij dat wij Hém zouden zegenen?

In de vorige bijbelvertaling en in de Statenvertaling proef je die verlegenheid ook een beetje. Daar staat: ‘Komt, prijst de HERE.’ Of: ‘Looft de Here.’ Niet zegenen dus, maar prijzen en loven. Toch staat er in de taal van het OT, in het Hebreeuws, drie keer precies hetzelfde woord. Het woord komt van barach, en dat betekent zegenen. Dus in de Nieuwe Bijbelvertaling staat het helemaal goed. We kennen het trouwens ook uit meerdere Psalmen.

Zegen de HEER. Het is in de Joodse spiritualiteit heel gewoon om de HEER te zegenen. Wij vragen meestal om Gods zegen, bijvoorbeeld bij het eten: ‘Here, zegen dit eten, om Jezus’ wil. Amen.’ Maar een Jood bidt: ‘Gezegend bent U, voor eeuwig onze God, Koning van de wereld, die het brood uit de aarde doet opkomen.’

Het is dus in elk geval heel bijbels, de HEER zegenen. Maar wat doen we dan precies? Om dat goed in beeld te krijgen, gaan we eerst weer even onder woorden brengen wat er gebeurt als de HEER ons zegent. Als de HEER ons zegent:

- worden wij in Gods aanwezigheid gebracht;

- wendt Hij zijn gezicht naar ons toe;

- mogen wij Hem in de ogen kijken en ontdekken dat zijn gezicht straalt;

- krijgen we te horen dat God vreugde in ons schept en dat Hij blij is om ons te

   zien;

- wordt zijn naam over ons uitgesproken;

- ontvangen we zijn persoonlijke bescherming en zijn liefdevolle genade.

Gods zegen betekent dat hij er is voor ons: vol genade en liefde, helemaal op ons gericht. Hij zegt tegen ons: ‘Ik heb je lief want ik ben je Vader.’ Ik vond een heel mooie samenvattende uitdrukking. Zegen is dit: de HEER biedt ons het geschenk van zijn aanwezigheid aan! De HEER zegenen betekent dat je zegt:

En wat doen wij nu als wij de HEER zegenen? Als wij de HEER zegenen dan bieden wij Hem het geschenk van onze aanwezigheid aan!

- HEER, ik heb U lief;

- HEER, U bent zo goed bent, dat U alles en iedereen te boven gaat;

- HEER, ik wil U vertellen dat ik ongelooflijk blij met U ben, dat ik dankbaar ben

   voor alles wat U doet en gedaan hebt;

- HEER, ik wil u zeggen dat ik het zo geweldig indrukwekkend vind dat u

   rechtvaardig bent, heilig, barmhartig, trouw en geduldig;

- HEER, U bent er voor mij en ik wil er zo graag zijn voor U!


Zoals de HEER in de zegen ons zijn gezicht toewendt, zo wenden wij als we de HEER zegenen Hem ons gezicht toe. De HEER zegenen betekent: oogcontact met Hem zoeken, zien dat Hij straalt en zelf ook beginnen te stralen. De HEER zegenen betekent: erkennen dat onze ogen niets mooiers kunnen zien dan zijn stralende glorie en zijn krachtige licht.

En weet je: dat doet God goed. Dat is misschien vreemd om dat zo te zeggen, net zoals we dat zegenen toch ook wel wat vreemd vinden. Maar het is waar: het doet God goed, als wij, zijn kinderen, zijn dienaren, Hem zegenen. Want God is een Persoon, Hij heeft een hart. De HEER zegenen is: dat je zijn hart verwarmt, zeggen dat je van Hem houdt, dat je Hem ongelooflijk dankbaar bent.

Nacht aan nacht

En wat is nu speciaal belangrijk, als we in Psalm 134 lezen dat de pelgrims de priesters oproepen dit te doen? Dit: dat we in Psalm 134 ontdekken dat Gods kinderen Gods dienaren vooral oproepen om dit ene te doen: de HEER zegenen! Het staat er maar liefst twee keer. Het gedeelte dat door het volk wordt gezongen begint ermee en eindigt ermee. Zegen de HEER! Zegen de HEER!

Ook de priesters en de levieten, de dienaren in de tempel, zijn druk met van alles en nog wat. Uit de bijbel kun je her en der zo hun taakomschrijving opdiepen. Offers aanmaken, zingen, allerlei reinigingsvoorschriften van de tempel, etc. Wat een taken! Maar dan komen daar weer de pelgrims in Jeruzalem om de dienaren van de HEER te herinneren aan het ene wat nodig is: Zegen de HEER! Verkeer in zijn nabijheid! Zoek je vreugde in Hem! Kijk in zijn stralende ogen! Als Hij zijn gelaat jou toewendt, wendt Hem ook jouw gelaat toe! Zeg het weer: HEER, ik geniet van wie U bent, ik wil U vertellen hoeveel ik van U houd!’

Het is heel apart dat er dan staat: ‘nacht aan nacht’. De dienaren van de HEER worden speciaal aangemoedigd om in de nacht de HEER te zegenen. Waarom is dat? Er werd zeker ook ’s nachts wel gewerkt in de tempel, maar dan was het wel veel rustiger. De dienaars moesten alles voor het morgenoffer klaarmaken, zorgen dat alles er een beetje netjes uitzag en vooral ook de wacht houden, zorgen dat er geen ongewenste gasten binnen zouden komen. Het is dus vrij saai en onopvallend wat er dan gebeurt. Maar juist voor die momenten geldt die oproep: ‘Zegen de HEER! Zegen Hem in de nacht.’ Dat is dus: zegen Hem juist als niemand kijkt, zegen Hem juist als je met dingen bezig bent die er voor je gevoel niet zo toe doen, zegen Hem juist als iedereen slaapt en jij nog wakker bent, zegen Hem juist als er momenten zijn waarin je je vermoeidheid voelt en waarin de saaiheid en onaantrekkelijkheid van je werk je overvalt. Zegen de HEER juist dan!

Vrienden, daarmee kom ik ook uit bij een heel praktische les. Die ik ook niet altijd makkelijk vind om in praktijk te brengen. Juist als zonde op de loer ligt, juist dan is het belangrijk om de Bijbel te pakken en om de Heer te prijzen. Om te loven. Om God te zegenen om wie Hij is. Zodat de duivel geen kans krijgt…

Er is een boek met de titel ‘Wie je bent als niemand kijkt’. Ik zou willen vragen vanmiddag: ‘Wie is Jezus als niemand kijkt?’ Dan is Jezus iemand die als Zoon zijn Vader zegent. Hij zoekt de aanwezigheid van zijn Vader en Hij biedt Hem zijn eigen aanwezigheid aan. Hij is de dienaar die de HEER zegent in de nacht. En zo zien we achter Psalm 134 de Heer Jezus Christus naar ons toekomen. Hij is die dienaar. Hij zegent de HEER. En als we als mensen geroepen worden om dienaren te zijn, dan gaat het erom dat het karakter van Christus in ons gevormd wordt. Dat we als hartsverlangen hebben om de HEER te zegenen, Hem onze aanwezigheid aan te bieden. Want daarin, in dat wederzijdse zegenen, daar gebeurt wat het meest wezenlijke is van het volgeling van God zijn. Onderschat dat niet!

En we moeten het maar eerlijk zeggen: zo gaat het vaak niet. Dan zit je juist met een overvolle agenda. Ik ook. Dan word ik toch gedreven door het doen van zoveel mogelijk dingen, en door het voldoen aan zoveel mogelijk verwachtingen, terwijl ik het ene nodige vergeet: de HEER zegenen, Hem het geschenk van mijn aanwezigheid aanbieden omdat ik weet dat Hij daar vreugde in schept en omdat dat de manier is om in zijn liefde te blijven staan, en in de genade van Jezus en in de eenheid van de Geest. ‘Zegen de HEER.’ Dat is wat Gods kinderen in deze Psalm tegen Gods dienaren zeggen. En dat is dus ook een oproep aan u allemaal, als gemeente. Wees bescheiden in het uitspreken van allerlei verwachtingen aan het adres van je voorgangers, maar roep hen liever op om het ene nodige te doen: de HEER zegenen, en dan zorgt de Geest er voor dat het met al die andere taken ook wel goed komt.

Hef uw handen op

Tot twee keer toe staat die oproep er dus. En daar tussenin nog een oproep: ‘Zegen de HEER – hef uw handen op – zegen de HEER’. Je zou je dat zo kunnen voorstellen dat een leviet daar ’s nachts in de tempel loopt met wat brandhout onder zijn armen voor het morgenoffer. En als hij het neerlegt bij het altaar heft hij zijn handen op, leeggemaakt voor zijn God, en hij zegt: ‘Dank U HEER, dat ik in uw aanwezigheid mag zijn. Ik prijs U omdat U zichzelf op deze plaats hebt bekend gemaakt, dat U hier woont en dat U uw gelaat naar mij toewendt. HEER, U zegen ik!’ Opgeheven handen naar het heiligdom zijn heilige handen, leeggemaakt om uit te reiken naar God, om zijn heilige liefde aan te raken en erdoor aangeraakt te worden. Opgeheven handen symboliseren de overgave aan God, de toewijding aan Hem, de bereidheid om Hem te dienen. Het is het gebaar dat hoort bij het zegenen van God.

Moge de HEER u zegenen

En dan zijn we bij dat laatste vers van de Psalm. Nu komen de dienaren zelf aan het woord. En ze verlangen maar één ding: dat Gods kinderen Gods zegen mogen ontvangen, Gods genadige aanwezigheid. Voorgangers hebben voor de gemeenteleden maar één verlangen: dat ze zegen mogen ervaren; dat ze ontdekken, ook als dingen moeilijk zijn, dat de HEER erbij is, dat Hij trouw blijft, dat zijn liefde blijft stromen, en dat Hij altijd weer genadiger is dan we hadden gedacht.

En direct daarop wordt onder woorden gebracht dat die HEER de hemel en de aarde gemaakt geeft. Hij is de Schepper. Hij is zo ongelooflijk groot en machtig. De God van de zeeën, de bergen, de luchten, de wolken, de God van de dieren, de vissen, de bloemen en de bomen, de zon en de sterren, die eindeloze God is degene die aan ieder van ons zijn zegenende aanwezigheid als geschenk aanbiedt.

Het is zó heilzaam om dat te horen, omdat we zo vaak vastdraaien in ons eigen kleine kringetje van zorgen en problemen, van teleurstelling en frustratie, van ergernis en verongelijktheid, van ziekte en verdriet. Die vicieuze cirkel waar je niet op eigen kracht uitkomt. En dan moet er iemand naar je toekomen die zegt: ‘De HEER, je weet wel, die de hemel en de aarde gemaakt heeft, Hij zegent je, Hij biedt je het geschenk van zijn aandachtige en liefdevolle aanwezigheid, vol genade en kracht.’ God dienen is niets anders dan dit: Gods zegen zichtbaar en ervaarbaar maken in het dagelijkse leven van de gemeente. En dat kunnen we alleen doen door elkaar mee te nemen naar Jezus. Het gaat hier over Sion, de berg van Gods tempel, van Gods woonplaats op aarde. En ik moet denken aan die andere berg, waar Jezus stond na zijn opstanding. Hij ging er naar de hemel. En het is altijd weer zo helend en genezend om te zien hoe Hij naar de hemel ging: zegenend. Zie je zijn handen? Die handen waarin nog de gaten te zien zijn? Die gewonde handen die aan het kruis vastgespijkerd zaten? Hij heft zijn handen op en Hij deelt de zegen uit aan ons die achterblijven:

De HEER zegent jullie en is jullie genadig:

de HEER doet het licht van zijn gezicht over jullie schijnen.

Zie je Jezus? Je zult Hem ontdekken naarmate je de HEER zegent. We zijn als christen allemaal kinderen van God én dienaren van God. We zijn geroepen om elkaar aan te moedigen om de HEER te zegenen, ook als niemand je ziet. We zijn geroepen om elkaar mee te nemen naar Jezus, Gods zegenende Zoon. We zijn geroepen om te geloven vanuit het hart van onze ziel, dat waar is wat Hij zei toen Hij zegenend naar de hemel ging:

Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van deze wereld.

Dat is Jezus, Gods gezicht, zijn stralende gelaat, zijn krachtige zegen.

En daarom, vrienden, laat ons bidden: Lieve Vader in de hemel, U zegenen wij. We willen naar U toe komen en U het geschenk van onze aanwezigheid aanbieden, als uw geliefde kinderen.

Heilig leven. Het begint bij het zegenen van God. Samengevat: bij het erkennen van wie Hij is. De Here biedt ons het geschenk van Zijn aanwezigheid aan en wij bieden Hem het geschenk van onze aanwezigheid aan.

Amen.




Geschreven door Jurjen ten Brinke, voorganger van "Hoop voor Noord," in Amsterdam.


5/9/09 

 

 

www.vreugdeolie.nl