Heilig leven - 2






De vorige keer toen we het over heilig leven hadden, hebben we nagedacht over Daniël en zijn vrienden aan het hof. Het ging over de vraag of je je principes over boord moet zetten, dat wat je geleerd hebt moet achterlaten als de strijd tussen het rijk van God en het rijk van satan losbarst. En ja, daar zitten we allemaal middenin. En ja, wij allemaal kennen wel een situatie uit ons leven waar we ons dubbel voelden: ik wil Jezus volgen, of: ik wil God liefhebben (of Allah, of als humanist leven, of …) maar: het gáát even niet. Ik ben nu tóch te benauwd als ik bedenk wat anderen van me vinden, wat het gevolg zal zijn van mijn keus, etc. En terwijl veel mensen toch kunnen getuigen van Gods trouw en genade, juist op die momenten dat zij het zo nodig hadden.

Lezen Daniël 3:1-27 

Wat een ongelooflijk verhaal. Misschien wel één van de mooiste verhalen uit de Bijbel. De Here God helpt deze jonge mannen, die trouw blijven aan hun geloof, ook op dat verschrikkelijk moeilijke moment dat ze in het laaiende vuur gegooid worden.

Staande in de werkelijkheid van het leven, geleerd door de ervaring, kun je zeggen: ‘Ach, zo gebeurt het vandaag niet meer.’ Misschien verlang je wel naar vroeger, toen je als een kind kon genieten van dit verhaal en je zo onbevangen kon luisteren. Misschien denk je bij jezelf: ja leuk en aardig, in die tijd. Maar er zijn genoeg mensen geweest in de middeleeuwen en daarna die op een brandstapel zijn gezet en het vuur is niet geblust. Of voor de leeuwen gegooid en hun bek werd niet dichtgehouden.

Maar weet je wat nu zo merkwaardig is? Een paar eeuwen na de gebeurtenissen van ons hoofdstuk werd Israël getiranniseerd door de Syrische koning Antiochus IV Epifanes. Toen werden er heel veel Joden gedood. En toen – uitgerekend in die tijd waarin niet gebeurde wat het meest spectaculaire schijnt in deze geschiedenis van Daniël 3 – werd Israël juist door dit hoofdstuk bijzonder getroost. Daniël 3 gaf hun antwoord op twee bange vragen: ‘Blijft het volk van God staande in de strijd’ en ‘Komt het volk van God erdoor’?

Ook in Daniël 3 is namelijk dat centrale thema van dit boek aan de orde: de strijd tussen het Rijk van God en het rijk van de wereld. En dat is een actueel thema, dat aan de orde blijft in onze tijd.

We kunnen er een paar belangrijke punten uit halen, namelijk:

1) Er is een groot verschil tussen het rijk van God en dat van de wereld. Mensen die God kennen… hoeven niet gedwongen te worden om te knielen… want zij doen het vrijwillig en uit liefde in aanbidding voor hun HERE en God. Om dat wat Hij voor hen heeft gedaan! Da’s wel heel wat anders dan dwang…
Als je niet vrijwillig wilt buigen voor God, dan kun je het maar beter niet doen. Of in ieder geval: wees dan eerlijk tegen God en zeg wat je voelt (of juist niet voelt!) of ervaart. Heilig leven… het kan het gevolg zijn van dwang. Maar dan belandt je in wetticisme. Dan moet dit en dan moet dat, zonder dat je de liefdevolle ogen van je Hemelse Vader ziet, die jou graag bij Zich ziet komen en ziet hoe het goed gaat met Zijn kind.

In vers 7 van ons hoofdstuk staat dat bij het bevel om te knielen direct de straf genoemd werd en dus (of in een andere vertaling: daarom) knielden de mensen. Dus het is maar de vraag hoe vrijwillig het was. Er zijn kennelijk allemaal mensen die de koning dienen, die naar het dal zijn gekomen, die doen wat hij van hen vraagt… maar hij vraagt méér. Namelijk: aanbidding. En dat is precies waar Daniël zich met zijn vrienden tegen verzette in Daniël 1. Nee, dat gaan we niet doen. We aanbidden maar één God, en dat bent u niet, Nebukadnezar!

2) Ik weet niet hoe al die andere grote mensen uit het rijk van Nebukadnezar in het leven stonden en naar de situatie keken die ontstond, maar Sadrach, Mesach en Abednego buigen niet. Ze doen een enorme geloofsuitspraak in vers 18: Zelfs als Hij (God) ons niet redt, dan nog zullen wij uw beelden niet vereren. Stonden we vorige keer al voor de vraag of wij het lef zouden hebben om aan het hof te kiezen voor water en groente als we de gevolgen niet wisten, nu gaan we nog een stapje verder: zelfs als Hij ons niet redt. Ben je het met me eens dat dit ‘volwassen geloof’ is? Overigens wordt dit in verschillende vertalingen wel wat verschillend vertaald. In het Engels staat in vers 17 ‘and He will deliver us out of your hand, o king’, wat dus op zekerheid van hun geloof duidt. En uiteraard maakt dit ook korte metten met sommige stromingen in het christelijk geloof waar voorspoed en welvaart gepredikt wordt als je God maar volgt. De Bijbel ontkent dat niet, maar begint aan de andere kant. Niet omdat je gezegend gaat worden moet je geloven (en dus zijn er geen ‘stappen naar een geloof zoals God het wil’), maar het meest eenvoudige geloof wordt gezegend. Hier wordt ons getoond dat geweld geen wapen tegen geloof is. En dat is een kenmerk van heilig leven. En als je dat mist, als je hier afhaakt, dan is dat denk ik helemaal geen punt, maar dan zou dat vanaf nu je gebedspunt moeten zijn…!

Er staat juist in de Bijbel: Gods kracht wordt in jouw zwakheid zichtbaar. Ik las een boek over christenvervolging waar twee leden van een gemeente met elkaar spraken over vervolging. De ene was niet bang, zei hij. De andere was juist heel erg bang. Maar toen de vervolging begon en beiden gevangen werden genomen offerde de eerste aan de keizer. Hij had vertrouwd op zijn eigen kracht. De andere, de bange, weigerde. Hij ervoer op dat beslissende moment: als ik zwak ben, dan ben ik machtig, door Christus Die mij kracht geeft.

3) Even heel subtiel, theologisch nauwelijks verantwoord J. Maar ik stel je de vraag toch. Muziek is extreem belangrijk in het leven van veel mensen. En voor jou is dan de vraag: laat muziek (en dan nu even niet het huisorkest van Nebudaknezar) jou ook buigen voor afgoden? Durf jij op het gebied van muziek keuzes te maken die ingaan tegen wat de heersende cultuur van je vraagt? Ben jij met de vrienden van Daniël van mening dat niemand dan alleen God het waard is om aanbeden te worden?

4) Mensen kunnen op allerlei manieren macht over je uitoefenen, maar als het goed is niet over je hart. Want dat behoort God toe. En dan worden de jongens gegrepen. Wat hebben ze op dat moment gedacht!? God, redt ons!? Het vuur van de oven is zó heet dat de mannen die de jongens in het vuur gooien dood voor de oven neervallen. Voorlopig lijkt er geen wonder te zijn. Waarschijnlijk worden ze in de open trechter, die voor de trek zorgt, naar beneden gegooid. Het kan dus maar zo gaan, ook in jouw leven… dat je in het vuur beland. Terwijl je zo vertrouwde en geloofde dat God je daarvoor zou behoeden…

En dan… het wonder. De engel die er rond loopt. Het vuur wat zelfs hun haren niet doet schroeien. Ja, dat is met recht ‘bovennatuurlijk ingrijpen’. Vandaag de dag… zijn er genoeg mensen die wel wat zien in het bovennatuurlijke. In het bijzondere. In het ongelofelijke. Nou, als je een sleutel wilt hebben om dat mee te maken, dan is dat volgens mij niet ‘je moet open staan voor de Geest’ of ‘je moet er ready voor zijn, je moet het willen zien’, nee, het is gewoon: geloof alleen. En zie daar!

5) Ik weet niet of het je bij het lezen is opgevallen, met het ooggetuigenverslag van Nebudkadnezar moeten wij het doen. Er loopt een engel bij de mannen. Met één vers wordt één van de meest spectaculaire gebeurtenissen in dit boek afgedaan. En dat terwijl er bijvoorbeeld een uitgebreide opsomming is van alle mensen die komen om het beeld te aanbidden. Inclusief een verwijzing naar alle instrumenten. Ik zou eigenlijk wel graag een verslag van deze drie jonge mannen willen lezen, hoe ze dit ervaren hebben, is het niet!? Maar… het is alsof de Heilige Geest hier gewoon onderstreept dat de centrale boodschap van dit hoofdstuk ligt in de overwinning van het Rijk van God op het Rijk van Babel, in de standvastigheid van de drie jongemannen, die op God vertrouwden en daarom ongehoorzaam waren aan het bevel van de koning. Maar wél letterlijk meemaakten ‘dat waar twee of drie verzameld zijn in Mijn naam, zegt Jezus, daar ben Ik in het midden!’

En het bewijs dat er écht vuur was en dat ze niet verbrand zijn is ook nog aanwezig. De touwen waarmee ze vastgebonden waren zijn wél verbrand.

6) In de Hebreeënbrief in het N.T. wordt gezegd dat de geloofshelden (die daar opgesomd worden) koninkrijken overwonnen (oftewel: alles wat zich verheft tegen God, of dat nu religieuze bolwerken zijn of politieke koninkrijken of satanische krachten). En gerechtigheid lieten gelden. Oftewel: ergens voor stáán, stáán voor gerechtigheid, ook als dat geloof van je vraagt en dat niet direct iets oplevert (zichtbaar) maar op de langere termijn dat wel zo werkt. Dát is geloof. Het niet zien en het toch doen. Een vaste grondslag voor alles waarop we hopen en de overtuiging van de waarheid, ook al zien we die niet (Hebr. 11:1).

7) En vandaag geldt dan voor de geschiedenis van Sadrach, Mesach en Abed-Nego: in de steek gelaten door een menigte mensen, die geen positie durft te kiezen (misschien waren er ook zat die zoiets hadden van: nou ja, geen probleem, het moet maar, ik ga geen commotie veroorzaken, ik vraag om vergeving, ik buig wel even…). Die niet zegt: koning bent u gek geworden. Waarom zou hier geen opstand gewerkt hebben, zoals later Nebukadnessar wel afgezet werd? Waarom zijn de handen niet ineen geslagen en hebben ze gezegd: ben je gek, die accepteren we niet, mensen levend verbranden omdat ze hun knieën niet buigen. Ieder mag geloven wat hij/zij wil!

Er kunnen twee redenen zijn. Eén: of het was er zo triest aan toe in die tijd dat mensen werkelijk niet meer met de God van Israël, van de Bijbel van doen wilden hebben en deze drie vrienden van Daniël dus zo’n beetje de enigen waren die deze keus konden maken, omdat zij nog wel geloofden. Of twee: mensen waren bang. Te bang. Durfden geen keuzes te maken. En dat, vrienden, kun jij je misschien best voorstellen. Ik wel tenminste. Ik durf niet altijd op te komen voor mijn Heer. Soms denk ik: Petrus zit in mij. Ik wil 100% voor Hem gaan. 1000%. En dan opeens is er een moment dat je je kapot moet schamen omdat je je realiseert dat je zo radicaal voor Jezus wilde gaan en het er niet van kwam op een bepaald moment. Bah. Dan baal je van jezelf. Ik wel tenminste.

En weet je wat zo jammer is, juist als je die radicale keuzes niet maakt… dan mis je ook als het ware de zegeningen die bij het maken van zo’n keus horen. Laten we lezen wat het hier opleverde.

Lezen Bijbel Daniël 3:28-30

Bijzonder hè? Bekering leverde het op. Jouw gehoorzaamheid die bekering bij anderen oplevert. Jouw onvoorwaardelijk geloof en rotsvaste vertrouwen dat leidt tot verandering bij mensen. In de kerkgeschiedenis is een spreekwoord ontstaan, n.a.v. de vele christenvervolgingen en het luidt: "Het bloed van de martelaren is het zaad van de Kerk." En zo is het.

Die koning draait als een blad aan de boom om. En vers 30 laat zien dat het hun ook nog een ‘tijdelijke’ zegening oplevert, namelijk gewoon een hogere positie. Hoe is het mogelijk. Als dat nog geen levensheiliging is! Mensen om je heen veranderen erdoor! En als iets mijn verlangen voor Hoop voor Noord is, dan is dit het wel!

God maakte zijn Naam waar: JAHWE: de HERE redt!

De profeet Jesaja zei het al in zijn boek.

Lezen Bijbel Jesaja 43:1-3 (eerste regel).

"Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! Moet je door het water gaan – ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien."

Amen.



Geschreven door: Jurjen ten Brinke, voorganger van Hoop voor Noord, in Amsterdam.



11/11/09


 

 

 

 

www.vreugdeolie.nl