Gods gezin

Toen onze dochter Joan naar ‘de grote school’ ging (dat was nog in de tijd van de kleuterschool) was ze een voorbeeldige leerlinge. Met het puntje van haar tong uit de mond schreef ze haar schriftjes vol met haar sierlijke handschrift. Elke opdracht werd nauwgezet uitgevoerd, kortom: ze was de droom van elke leraar/lerares. Toen haar jongere broer ook oud genoeg was om naar de grote school te gaan kwam hij bij dezelfde lerares die Joan enkele jaren daarvoor ook in de klas had gehad. Ze verwelkomde hem blij in haar klas.
Na enige tijd benaderde zij mijn vrouw. Met ietwat onzekere ogen keek ze mijn vrouw aan en zei: ‘ik had gedacht dat ik een broertje van Joan in de klas zou krijgen?’ Ja, met alle scheidingen van tegenwoordig komt het nog wel eens voor dat een broertje uit een vorig huwelijk komt. Maar dit was toch echt Joan’s bloedeigen broertje. Juf vertelde daarop dat ze was geschokt omdat dit broertje wel heel anders was dan zijn grote zus! Hij liet zich bijvoorbeeld, puur om de klas aan het lachen te maken, met veel misbaar van zijn stoel vallen. En als juf iets aan het vertellen was en er kwam een politie of brandweerauto voorbij, of een vuilniswagen of een trekker, dan was ze zijn aandacht kwijt.
Juist iemand uit het onderwijs zou moeten weten dat kinderen uit een gezin, hoewel zij geput hebben uit dezelfde genenpoel, nooit aan elkaar gelijk zijn. Misschien lijken ze uiterlijk op elkaar, maar (eeneiige tweelingen daargelaten) ze zijn nooit een kopie van elkaar. Kinderen die misschien veel op hun vader of hun moeder lijken, blijken dan flink afwijkende karaktereigenschappen te hebben. Een kind is dan ook een mix van vader en moeder en die mix is nooit gelijk.
Zelf kom ik uit een groot gezin. Acht kinderen en ik was nummer vier. Wat een verschillende personen zijn we geworden! Soms zeggen mensen dat ze ‘echt wel kunnen zien dat we broers zijn’ als ze één van mijn broers en mij samen zien, maar soms ook vragen ze zich af hoe de melkboer in onze straat er eigenlijk uit zag…. Grappig is, dat ik soms naar één van mijn broers of zussen kijk en dan in een jukbeen of oogopslag één van de anderen herken. Maar zet het hele gezin bij elkaar en je kunt je niet vergissen. Hier staan acht verschillende volwassenen.
Juist omdat we zo kunnen verschillen, kunnen we ook van elkaar leren. De creatieveling leert de lezer schilderen, de lezer leert de gitarist een goed boek lezen, de gitarist leert de creatieveling zingen. En we leren niet alleen van elkaar, maar we vullen elkaar ook aan. In een groot gezin is er altijd wel eentje die geschikt is voor elke klus die op ons afkomt.
Als Christenen horen we bij een kerk. In een kerk is de verscheidenheid nog groter, want er zijn immers veel meer mensen. Zo kun je van elkaar leren, door elkaar bemoedigd worden, elkaar aanvullen en elkaars noden begrijpen en er wat aan doen. De Heer Jezus heeft gezegd dat we onze diensten niet moeten verzuimen. Waarom zei Hij dat? Als kinderen van God, door genade vrijgekocht van het oordeel door de Wet hebben we grote vrijheid. Waarom dan deze verplichting?
Vooral op Christelijke internetsites lees ik vaak dat mensen verzuchten: ‘in de kerk zien ze mij nooit meer’. Deze mensen hebben dan een digitale gemeente en ook via internet zie je dan dat men elkaar bemoedigt, vertroost en opbouwt. Maar vergeet daarbij niet dat het een surrogaat is! Zoals een kostschool ook een verzameling jonge mensen is, maar niet vergelijkbaar met een echt gezin, zo is de digitale ‘kerk’ maar een armzalige vervanging van de echte gemeente.
Als jongen van zeventien wilde ik niet meer naar de kerk. Op die leeftijd ben je scherp en je oordeel is hard. Ik ging naar een kleine gemeente waar we elkaar allemaal kenden. En daardoor wist ik wat er her en der achter gesloten deuren plaatsvond en hoe mensen die zondags grote blijdschap vertoonden, zich door de weeks gedroegen. Ik trouwde jong, op mijn achttiende, en vanaf dat moment ging ik niet meer naar de kerk.
Het duurde enkele jaren voordat ik me met een schok realiseerde dat de mensen uit de kerken, die ik zo makkelijk veroordeelde, uiteraard zondaars waren! In de wachtkamer van de dokter vind je geen gezonde mensen en in de kerk vind je uitsluitend zondaars. En dan nog zondaars die zich hebben gerealiseerd dat ze zondaars zijn en die daarvoor vergeving hebben gekregen. Ja, de mensen in de kerken doen soms verkeerde dingen, ja, ze roddelen soms, ja ze oordelen makkelijk (deed ik dat zelf ook niet?) en in elke gemeente heb je van die ‘zware gelovigen’ die alles zo somber inzien en ‘Halleluja-gelovigen’ wiens blijdschap in de Heer soms wel eens onecht overkomt.
Maar lieve mensen: laten we elkaar verdragen zoals de Heer Jezus ons verdraagt met al onze nukken en zonden. Accepteer, dat men in een groep nooit eensluidendheid over alles is. De Heer Jezus riep ons op om onze onderlinge samenkomsten niet te verzuimen omdat Hij wist dat wij het nodig zouden hebben!!! En zeker in deze eindtijd, nu we de contouren van het antichristelijke rijk vorm zien krijgen en we uit God’s Woord weten dat de tijd zwaar zal worden, zeker nu hebben we een gemeente nodig. Heb jij geen gemeente (meer)? Bidt dan of de Heer je er één wil geven. Er is een kerkelijke gemeente in jouw dorp of stad waar de Heer jou wil plaatsen.
Voor jezelf, omdat je het nodig hebt. Maar zeker ook voor die gemeente, die jouw inbreng nodig heeft. Misschien ben je geen oog of geen oor, misschien ben je geen hand of een ander belangrijk lichaamsdeel. Maar je bent in elk geval een onmisbaar lichaamsdeel in de Gemeente van Christus wereldwijd, maar zeker ook in de plaatselijke gemeente van Christus, hoe die ook heten mag. Zoek je medegelovigen op en vorm opnieuw een eenheid! Nu het nog kan…
Appie heeft een weblog waar je nog meer over Jezus kunt lezen en het is tevens een fijn plekje op het internet om andere christenen te ontmoeten!
appie.abspoel.nl
11/04/09